Maandelijks archief: maart 2015

Voorlezen

Standaard

Voorlezen aan je kind is de basis voor de liefde voor boeken.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik hoogzwanger was – zelfs al voorbij de uitgerekende datum. Het was benauwend warm en ik was er een beetje klaar mee. Daarom ging ik even langs bij een vriendin die een half jaar eerder moeder was geworden. Dochterlief was gebadderd, had gedronken en nu, zei mijn vriendin trots, gaan we nog even lekker voorlezen. Dat verbaasde me – ik wist helemaal niet dat je een baby van 6 maanden al kon voorlezen! Even later zaten ze samen op het grote bed, en het kleine meisje keek gebiologeerd naar de kleurige prenten van Rupsje Nooitgenoeg (Eric Carle).

Niet veel later was ik zelf moeder en ik kon niet wachten tot ik het eerste boekje kon gaan voorlezen! Vol trots zat ik na een paar maanden klaar met een prachtig prentenboek. Dochterlief wilde het eerst even proeven. Daarna probeerde ze het vast te pakken en ten slotte gooide ze het door de kamer. Enigszins teleurgesteld vroeg ik me af of ik toch iets te vroeg was begonnen.

Gelukkig kwam het een tijdje later meer dan goed. De afgelopen jaren is er maar heel zelden niet voorgelezen. Nog even, en ze gaat zelf lezen. Maar ik hoop dat ik ook nog heel lang lekker mag voorlezen, want ik geniet er echt met volle teugen van!

Cervantes misschien gevonden

Standaard

Opwindend nieuws: een onderzoeksteam dat aan het werk is in het Madrileense klooster van de Trinitarias, meent de overblijfselen van Miguel Cervantes gevonden te hebben. Waar kennen we Cervantes van: hij schreef het wereldberoemde boek Don Quijote de la Mancha. Het is een van de eerste geschreven romans in een moderne Europese taal en daarmee kunnen we Cervantes de grondlegger van de Spaanse literatuur noemen.

Er is niet zo heel veel gevonden in de crypte – een hoop botjes, gruis en een stuk kaakbeen. Welke stukjes precies aan wie toebehoren is ook niet duidelijk.  Miguel Cervantes had geen kinderen, dus het is niet zo gemakkelijk om een dna-check te doen. Wel had hij een zus. Wellicht dat het dna met dat van haar vergeleken kan worden. Als het ten minste allemaal nog in goede staat is.

Nou zou je je kunnen afvragen – al die twijfel en al die moeilijkheden – wat is daar nu spannend aan?

Des te beter, zou ik zeggen. Een dichtgemetselde nis in een klooster, een crypte met daarin de kist met de initialen M.C…. kom, dat klinkt toch als een heerlijk verhaal? Want stel je voor dat je er een verhaal over zou schrijven en het stond nu al voor 100% vast dat het daadwerkelijk om Cervantes ging – waar zou het verhaal dan nog over moeten gaan? Tegen welke problemen zouden de onderzoekers aanlopen? Welke verrassende wending zou het verhaal kunnen krijgen?

Daarnaast moest ik meteen denken aan het boek Over de liefde en andere duivels van Gabriel García Márquez. Wie het boek kent, weet dat het begint met overblijfselen in een crypte.

Ten slotte heb ik zelf in Spanje gewoond – toegegeven, ik ben dus in dit geval niet echt objectief. Ik ken de Spaanse steden en dorpen, ik ken het landschap, de geschiedenis en de mensen. En het mag dan twijfelachtig zijn of Miguel Cervantes echt gevonden is – het is zeker dat er een verhaal in zit!

 

Op het lijstje

Standaard

Iedereen die graag leest, heeft wel zo’n lijstje: “…dát boek wil ik echt nog eens lezen!”

Als kind wilde ik dolgraag ‘Ronja de Roversdochter’ van Astrid Lindgren lezen. Het leek me een stoer boek en ik was Pippi Langkous inmiddels ontgroeid (hoewel? Kun je die ontgroeien?). Op de een of andere manier is het er nooit van gekomen om Ronja te leren kennen. Als ik boeken kreeg (en ik kreeg best vaak een boek) dan was het toevallig net een ander boek, en bij de bibliotheek was het een paar keer uitgeleend. Hoe dan ook, op een gegeven moment vond ik mezelf te oud om het nog te lezen en zo bungelde het ergens onderaan het lijstje van nog te lezen boeken.

Natuurlijk is het onzin om jezelf te oud te vinden voor een boek. Kijk maar hoe hele volksstammen, jong of oud, de boeken over Harry Potter hebben verslonden. En dus ging ik afgelopen week in de bieb linea recta naar de kinderboekenafdeling. Er stond een exemplaar en eenmaal thuis vrát ik het zowat op! En dat ging snel want het boek telt 200 pagina’s.

Het verhaal gaat over een vete tussen twee roverbendes. Roverhoofdmannen Mattis (de vader van Ronja) en Borka (de vader van Birk) gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Als Ronja geboren wordt, splijt de burcht van Mattis tijdens een verschrikkelijk onweer in tweeën. Ze blijven gewoon in één gedeelte wonen, maar later betrekt Borka met zijn rovers stiekem het andere gedeelte. Ronja en Birk kunnen wel goed met elkaar opschieten. Zelfs zo goed, dat ze elkaar broer en zus noemen. Maar ze moeten hun vriendschap natuurlijk geheim houden. Wanneer dat niet lukt, gaan ze samen in een grot in het bos wonen. Lukt het hen uiteindelijk om hun vaders te laten verbroederen?

Astrid Lindgren schetst een prachtige, levendige sfeer en het bos waar Ronja vaak te vinden is, is een schitterend decor. Het bos komt echt tot leven met bruisende watervallen, de dieren en de beschrijving van de seizoenen. Het is een verhaal over vrienden en vijanden, over verschillen en overeenkomsten. Dat wordt met subtiele humor neergezet:
Mattis: “… Het is jammer dat jij zo’n botterik van een vader hebt, anders zouden we er misschien nog eens over na kunnen denken.”
“Je bent zelf een botterik,”
zei Birk vriendelijk en Mattis lachte vol waardering.

Het is leuk om met de ogen van nu een boek van zo’n 35 jaar oud te lezen. Waar je in de Harry Potter-reeks een complete fantasywereld betreedt, is de wereld van Ronja de Roversdochter wat overzichtelijker. Aardmannen, onderaardsen, trollen, vogelheksen en moenen, dan hebben we het wel gehad met de fantasiewezens.

Toch stoort het in zijn geheel niet dat het niet dikker is aangezet. Waarschijnlijk komt dat door de prachtzinnen van Astrid Lindgren, zoals deze: “Ronja lag lang wakker en ze haatte haar vader zo, dat ze haar hart in haar borst voelde krimpen. Maar het is moeilijk iemand te haten die je je leven lang zo lief hebt gehad.”

(En wat jammer toch, dat ik het boek niet eerder las!)

Hoe het begon

Standaard

Een goed idee is goud waard als je een verhaal, boek of blog wil gaan schrijven. Maar goede ideeën liggen niet altijd voor het oprapen. Natuurlijk is het handig om je oren en ogen goed open te houden en in een klein notitieboekje aantekeningen te maken. En zo zijn er meer manieren om iets moois te bouwen.

Ik liep al een poosje rond met het idee om een blog te beginnen. Een blog over schrijven, over boeken en kinderboeken in het bijzonder. Ik heb al veel leuke dingen gedaan als werk – ik heb gewerkt als nieuwsredacteur, als journalist voor de radio, als fotograaf – maar schrijven, dat is wat ik het allerliefste doe.

En toen kwam ik een poosje geleden het volgende nieuwsberichtje tegen: “Achtjarig Amerikaans meisje houdt kakkerlakken als huisdieren“.

Het prikkelde me enorm om hier een goed idee achterstevoren te zien. Had de moeder dit meisje misschien voorgelezen uit ‘Tow-Truck Pluck’, de vertaalde versie van Pluk van de Petteflet? En dan het meisje zelf – roze shirtje, roze bloem in het haar. Niet zo tuttig als Aagje en gelukkig had ze geen gruwelijke moeder als mevrouw Helderder. Maar toch deed het me allemaal meteen denken aan het beroemde boek van Annie M.G. Schmidt.  En als Pluk van de Petteflet niet had bestaan, dan was er ten minste één schrijfster geweest die met dit idee aan de slag was gegaan. Ik had er met liefde een mooi verhaal van gemaakt. Dat was vast heel anders geworden dan het bestaande verhaal over Pluk, want geef tien schrijvers één goed idee en ze leggen allemaal een ander verhaal op tafel.

Betekent dit nu dat ik een verhaal ga schrijven over een meisje dat kakkerlakken houdt als huisdieren? Nee, ik schreef niet voor niets dat het een goed idee achterstevoren was. Een origineel verhaal bedenken is niet gemakkelijk maar Annie M.G. Schmidt na-apen is helemaal geen fris plan. Maar een opmerkelijk nieuwsberichtje kan een leuke insteek zijn om je verhaal aan op te hangen!