Maandelijks archief: mei 2015

Geen inspiratie

Standaard

Wat te doen tegen een Writer’s Block? Of, simpeler gezegd: wat te doen als je geen inspiratie hebt?

Je kent het wel. Van die dagen dat je hoofd te vol zit met allerlei dingen – van alles, maar niet schrijfgerelateerd. Een hoofd dat maar niet rustig te krijgen is. Of dat stemmetje dat gaat zitten zeuren. Of simpelweg een gebrek aan focus, waardoor je denkt: als ik nou even muziek opzet, *klik* *open Spotify*, dan leiden de geluiden om me heen me niet af *scroll* *Wat zal ik eens kiezen?* *scroll*, o, wacht, ik zou nog een mailtje beantwoorden, laat ik dat meteen maar doen, dat doet me er trouwens aan denken dat ik morgen die-en-die moet bellen, zou ik via Facebook nog berichten hebben ontvangen?, Ik zou onderhand eens een nieuwe bedrijfspagina moeten hebben, eigenlijk een geheel nieuwe huisstijl, ik zal morgen eens informeren wat dat kost, o ja, Spotify, wat zal ik eens kiezen?

galdersehei_19Mijn eerste advies: stop met schrijven. Ga de hond uitlaten. (Ook als je geen hond hebt.) Ga naar het bos, naar een park, ga wandelen, hardlopen, fietsen – maar ga even weg en concentreer je even alleen maar op het buiten zijn. Je zult merken dat je daarna veel scherper bent. Is het al avond, koud, nat, guur, of ben je aan huis gebonden? Ga lekker een boek lezen. Een film kijken. Want als zo’n avond verzandt in het kijken naar kattenfilmpjes, een beetje Facebooken en surfen, dan is een boek of film nog altijd veel zinvoller.

Mijn tweede advies: ga schrijven, maar laat het werk dat je moet doen of zou willen doen even liggen. Schrijf een blog, doe een kwartiertje free writing,  schrijf eens een brief of werk een idee/scène/personage uit in bijvoorbeeld een mindmap. Grote kans dat je na een halfuurtje weer op de rit bent.

Of dat je, zoals ik vanavond, in ieder geval een blog hebt geschreven!

Advertenties

De ideale schrijfplek

Standaard

Wat is dé ideale schrijfplek?

Dat is voor iedereen anders. Ik heb meerdere (fijne) schrijfplekken. De plek waar ik het vaakst schrijf, is niet ideaal. Het is aan mijn bureau in een hoek van de woonkamer, waar mijn computer staat. Als de zon schijnt, is het scherm wat moeilijk te lezen. Het bureau is vaak te rommelig en dat leidt af. Maar ik zit er wel lekker in mijn eigen hoekje, met mijn rug naar de rest van de wereld. Eventuele handboeken staan binnen handbereik (Groene Boekje, Stijlboek, Schrijfwijzer enz.) en binnen twee stappen kan ik verse koffie of thee zetten.

Foto: Minke Hogervorst

Schrijfplek nummer 2. Foto: Minke Hogervorst

Schrijfplek nummer twee kan ik niet zo vaak gebruiken. Het is in het vakantiehuisje waar we regelmatig vertoeven. Ik gebruik er mijn laptop en die zet ik dan op de eettafel (die jammer genoeg net een tikje te hoog is). Ik heb er uitzicht op een groene tuin vol vogels, ruisende takken en – hé, hoorde ik daar de golven van de zee? Het liefst schrijf ik dan in mijn eentje; kinderen en man in de speeltuin.

De eerste keer dat ik er schreef, vloog er een dikke hommel naar binnen. En even later een koolmees. Hij landde op de rugleuning van de stoel naast me, draaide zich om, wachtte even en vloog toen weer naar buiten. In de avond bleek er een slak te huizen in een van de slakkenhuizen die mijn dochter had verzameld. Natuur dichtbij, zeg maar!

Dan heb ik nog een schrijfplek op het oog. Een beetje een vreemde misschien: in een koffietentje. Er zijn van die dagen dat ik afleiding zoek, aanspraak wil, mensen om me heen wil. Het lijkt me heerlijk om dan met een verse koffie, laptop voor me, lekker te tikken. Waarschijnlijk is ook dit niet ideaal, want hoe ga ik er geconcentreerd werken? Maar het lijkt me maar wat gezellig. Zodra ik dat eens heb gedaan, zal ik vertellen hoe het is bevallen. En tot die tijd blijf ik gewoon achter mijn rommelige bureau zitten.

P.S. Ik wil eigenlijk een werkhoekje op zolder maken. Onder het schuine dak, met klapraam (wat te verduisteren is) én een airco. En uiteraard een opgeruimd bureau.

Inleven en serieus nemen

Standaard
Foto: Minke Hogervorst

Foto: Minke Hogervorst

Het is essentieel dat je je als schrijver realiseert dat je lezer serieus genomen wil worden. Zelfs als die lezer maar een paar jaar oud is. Het is de kunst om niet te betuttelend te schrijven, maar ook niet te ernstig. Je moet je inleven in de wereld van een kind, maar dat wil niet zeggen dat je moet schrijven als een kind.

Afgelopen week merkte ik (in een heel andere situatie) dat dat minder moeilijk is dan het lijkt. Op een onvoorspelbare lentedag ging ik met mijn jongste (3) naar Reptielenhuis De Aarde in Breda. We werden heel correct ontvangen. Er werd gevraagd of we voor de eerste keer kwamen (nee), of we de weg wisten (ja hoor), en nog even het verzoek om niet op de ramen te kloppen (dan schrikken de dieren) boven niet te rennen (zullen we niet doen), en als we vragen hadden konden we de verzorgers aanspreken (doen we!). Dat is nog eens een andere ontvangst dan bij het gemiddelde dierenpark (twee personen? Dat is dan zoooveel euro mevrouw en een fijne dag).

We bekeken reuzenpadden, leguanen en kaaimannen (wat een schone verblijven trouwens!). De slangen bewogen, de hagedissen aten tomaten, de schildpadden kregen een salade met aardbeien. Er was dus actie: fijn, want dieren die helemaal niet bewegen zijn niet zo spannend. Er werd wat verteld over een dier dat aan het vervellen was, er werd gevraagd of we de kameleons konden vinden tussen de planten in hun verblijf. Eenmaal terug beneden kon er een hagedisachtig beest met een blauwe tong geaaid worden. De verzorgster stelde allerlei vragen aan de kinderen (waarom zou hij zijn tong uitsteken?, voel je hoe koud hij is?), waardoor de kinderen ook weer allerlei vragen gingen stellen.

Na een kleurplaat en spelen met dino’s vonden we het tijd voor een drankje. Als je dan drie euro moet afrekenen voor een koffie en een appelsap, heb je het idee dat je eens niet bent uitgeknepen!

Moraal van het verhaal? Zorg dat je je publiek serieus neemt. Zorg dat je product goed is, en verzorgd.

En mijn kleine man? Die heeft een klein krasje opgelopen tijdens het buitenspelen. Maar hij roept al de hele week dat hij gekrabd is ‘door een dier’. De meeste reptielen hebben nu eenmaal geen poezelige voetjes, maar flinke nagels. Ik zeg: laat die fantasie maar lekker waaien!