Categorie archief: Uncategorized

Kweeperenverhaal

Standaard

Schrijven is net koken. Je neemt de ingrediënten, je bereidt je even voor en dan begint het werk.

Je begint bij de basis: je kiest een onderwerp. Het plukken en wassen van de vruchten. Dan het grove werk – het verhaal op papier zetten. Het snijden. De vruchten zijn hard, dus je neemt een groot mes en een dikke, houten snijplank. Dan komt de zwaarste klus: het schillen. Zinnen schrappen, woorden weglaten. Het is lastig om de stugge schil er fatsoenlijk af te krijgen, laat staan om de klokhuizen eruit te krijgen zonder teveel vrucht te verspillen. Dan kan het raspen beginnen, gewoon in de keukenmachine. Zijn de personages voldoende uitgewerkt? Beetje citroensap erover sprenkelen. Dan met een laag water aan de kook brengen. Wat wil de hoofdpersoon? Als het kookt een kilo suiker erbij. Liefde, er moet liefde in. Niet vergeten te roeren. Die alinea kan beter naar boven. Vuur lager. Laten indikken, maar pas op, niet laten aanbranden. 30 tot 60 minuten op laag vuur, tot het dik genoeg is. Even laten rusten, maar niet vergeten. Even proeven. Laatste check.

De jam is goed en kan in de schone, met soda uitgewassen potten. Het verhaal is goed en kan naar de uitgever. De jam is stevig en heeft het overduidelijke zoete parfum van de kweepeer.

Wat is het heerlijk om soms even het schrijven het schrijven te laten en in dit geval kweeperenjam te maken. Maar denk nu niet dat het een makkelijker is dan het ander. Want tenslotte kan jam aanbranden, een verhaal niet.

 

Ze bestaan nog

Standaard

foto: Metro Centric (www.flickr.com)

Jaaa, ze bestaan nog: vervelende, betweterige terror-omaatjes! Zeg maar gerust hét perfecte personage voor een kinderboek.

Wat was vandaag het geval: ik ging boodschappen doen. ’s Morgens had ik supermarkt nummer één gehad en ik moest vandaag ook naar supermarkt nummer twee. Ik baalde als een stekker, want het was bijna de hele dag fris, nat en koud en het regende ook nog eens! (Had ik al gezegd dat het koud en nat was bovendien?)

Hoe dan ook: toen ik mijn kar al ver had volgeladen met worteltjes, aardappelen, mini-tomaatjes, koekjes (en ook stiekem een pak mini brownies), half-om-halfgehakt en nog een hoop andere broodnodige boodschappen, ging ik richting de zuivelafdeling. Er stonden twee meiden zich te verlekkeren aan de toetjes. Vanilleyoghurt, vruchtenyohurtjes, chocolademousse, dat soort lekkernijen. Ik laadde net drie pakken yoghurt in toen ik een grijze krullenbol luid hoorde kraken: “En kennen jullie dit?” De meisjes keken verschrikt op. “Dit is havermoutpap. Dat is heel gezond.” De meisjes keken elkaar een beetje ongemakkelijk aan, want tja, wat moet je daar nu op zeggen? Ze negeerden het omaatje maar en het blonde meisje wees de vanillevla met chocoladebolletjes aan. “Deze is lekker…” smachtte ze. Ze waren nog niet helemaal van het oude mens af. “Havermoutpap, je kunt veel beter havermoutpap eten!” En toen schuifelde oma weg.

Ik liep richting de melk. Ik wees naar de bolletjesvla. “Je kunt veel beter bolletjesvla kiezen, dat is véél lekkerder dan havermoutpap,” zei ik tegen het tweetal. Ze keken me opgelucht aan. Het langste meisje ging op haar tenen staan en pakte de bolletjesvla. Ik gaf haar een vette knipoog.

P.S. Omaatje, bedankt voor uw mooie personage. En geniet van de havermoutpap.

Gehaktbal

Standaard

Vloeken in kinderboeken. Ook dit jaar heeft de Bond tegen Vloeken er weer onderzoek naar gedaan. 22 boeken werden onderworpen aan een vloekzoektocht en de organisatie is geschrokken: in een kwart van de kinderboeken wordt gevloekt. Dat wil zeggen, in een kwart van die 22 onderzochte boeken. Het gaat om door CPNB genomineerde en bekroonde boeken.

Vloeken is natuurlijk geen fraai voorbeeld naar onze kinderen toe en daarom zou er in kinderboeken niet gevloekt moeten worden. Ongetwijfeld zijn er argumenten te bedenken waarom er juist wel of niet gevloekt moet worden. Zelf vloek ik wel eens (nee, ik ben geen heilige), al heb ik wel een enorme hekel aan ‘kanker’gevloek.

Nu ga ik geen opsomming geven van de vloeken die ik wel eens laat horen, want dat wordt vast geen fraai rijtje. In mijn teksten probeer ik niet al te vaak en niet al te grof te vloeken. Het moet functioneel zijn en niet gebruikt worden om de popiejopie uit te hangen.

Nee, dan Het Nieuwe Vloeken. Omdat vloeken de laatste jaren ruwer en grover zijn geworden, hebben ze een flinke lijst met oubollige scheldwoorden gemaakt. En deksels jong klinkt inderdaad milder dan de hedendaagse varianten. Wie podverdriedubbeltjes roept, is vast opgeluchter dan iemand die ‘echt’ vloekt. Wel vraag ik me af of ik in een boze bui schobbedebonk zonder lachen zou kunnen uitroepen. Of snoeshaan.

Maar verdikkie! Toen ik de lijst goed bekeek, zag ik dat één van mijn favoriete scheldwoorden ontbrak. Mijn paardrijinstructeur maakte ons vroeger namelijk steevast uit voor gehaktbal als we iets verkeerd deden. Gelukkig kun je scheldwoorden inzenden om aan de lijst toe te voegen. Dat heb ik gauw gedaan. Want soms moet je je ei even kwijt zonder al te grof of kwetsend uit de hoek te komen. En gehaktbal, dat vloekt zo verdomd lekker.

Raar… maar waar!

Standaard

De Kinderboekenweek is begonnen. En dat is helemaal niet raar, maar wel waar! Thema van de Kinderboekenweek is (dat moge duidelijk zijn): Raar maar waar.

Wist je bijvoorbeeld dat kippen rustig worden van televisie kijken? Ik wist dat niet. Ik heb wel kippen gehad, alleen hadden die geen tv in hun nachthok (te veel beeldschermuren leek me niet goed voor ze). En ik heb ze eerlijk gezegd nooit mee naar binnen genomen om samen eens gezellig Chicken Run te kijken. Ik weet ook niet of dat een heel geschikte kippenfilm zou zijn. Maar of ze er verdrietig van zouden worden, zouden we waarschijnlijk niet kunnen achterhalen. Want mensen zijn de enige dieren die huilen, raar, maar waar!

Als ik dan toch een huisdier zou mogen kiezen, vraag ik me af of ik dan écht uit alle dieren zou mogen kiezen. Dat je een hond, kat of konijn mag houden, is wel duidelijk. En of je nu een ordinair hertje in de tuin hebt staan of een wat meer exotisch exemplaar, daar valt ook best wel uit te komen. Maar! Hoe raar! Wist je dat je een walvis als huisdier mag houden? Lijkt me niet echt een aanrader voor de meeste mensen. Aangezien de meeste goudvissen al in een veel te klein kommetje moeten leven, is een walvissenkom niet realistisch. Maar het mág dus wel.

Een schildpad dan? Lijkt mij een beetje saai. Oké, eerlijk is eerlijk, ik ben geen hardcore schildpaddenfan. Ik vind het mooie beestjes hoor, maar ze zijn me iets te traag. Ze schijnen duur te zijn, ze hebben een speciale verzorging nodig en voor je het weet heb je per ongeluk een illegaal exemplaar in huis. En ze worden met gemak even oud als een mens. Ik hoor hondeneigenaren wel eens zeggen “Gelukkig is hij al 9, nog maar even te gaan dus.”  Tja, dan mag je nog wel wat geduld kweken met een schildpad. De laatste reden om geen schildpad aan te schaffen: ze kunnen ademhalen via hun kont. Echt.

Een olifant dan maar? Hm, zitten we weer met het ruimtegebrek. En stel je voor, je hebt een aardige tuin, waar ga je dan iedere dag naartoe met 25 (!) kilo olifantenpoep? Zal best goed zijn voor de moestuin, maar 25 kilo stront is wat veel. Eerlijk gezegd heb ik geen idee of die beesten zindelijk te krijgen zijn. Ik vermoed van niet.

Nee, doe dan maar een beer. Een beer is goed zindelijk. Wist je dat ‘ie 6 maanden zijn plas op kan houden? Jammer genoeg is het sinds dit jaar verboden om een bruine beer als huisdier te houden in Nederland. Een ijsbeer dan? Mag ook al niet. Daarbij zijn alle ijsberen linkshandig, dus het is misschien maar goed ook om er geen in huis te halen. Een linkshandige ijsbeer, stel je voor!

Laten we dus maar niet te ingewikkeld doen en gewoon een hond nemen. Hoewel… in Korea hebben ze glow-in-the-darkhonden. Best handig als je ’s avonds in het donker over straat moet. Maar wel een beetje raar. En waar.

Nee, voorlopig houden we het maar gewoon bij onze kat. (Voorlopig dan hè, want we zijn in afwachting van de komst van een pup. Echt waar.)

 

Boektober

Standaard

boektober“Heb jij zin om meer te lezen, maar kom je er niet aan toe? Of zou je graag lekker in de leesflow willen komen?” Dit las ik op de site van Dagmar Valerie en ik was meteen wakker toen ik dat las. Ik ben namelijk wel lekker fanatiek aan het schrijven, maar ik vind dat ik echt te weinig lees. Dat wil zeggen – ik lees best veel hoor; ik lees voor, ik lees de krant, vakbladen, vakliteratuur, studieboeken, blogs – maar aan boeken kom ik te weinig toe.

Ik besloot dus mee te doen aan de boekleeschallenge, al heb ik vooraf niet bedacht hoeveel boeken ik precies wil gaan lezen. Of het slim is om een aantal te bedenken, weet ik niet. Ik ken mezelf wel een beetje: als ik eenmaal lees, verslind ik een boek. Maar als mijn uitdaging zou zijn “Lees in oktober 25 boeken”, dan ben ik bang dat ik afhaak.

Hoe dan ook, ik ben vorige week meteen naar de bibliotheek gegaan en heb snel wat kinderboeken uit de kast getrokken. Ik bedacht me dat ik volgende week wel weer een nieuwe stapel kan halen. Mijn vlugge keuze viel op de volgende boeken:

De fantastische meneer Vos (Roald Dahl)

Het Maanpaard (Federica de Cesco)

Kinderen van Moeder Aarde (Thea Beckman)

Het mooie is: ik heb de eerste twee boeken al uit. Twee boeken in de eerste vier dagen van oktober, dat is best een mooie score. Nummer drie is wat dikker dus dat boek zal ik niet in een avond uitlezen. Hoe dan ook, ik lees lekker door en ik zal eind oktober laten weten hoe ver ik ben gekomen en welke boeken ik nog meer heb gelezen!

De ideale schrijfplek (2)

Standaard
Foto: Minke Hogervorst

Foto: Minke Hogervorst

Eerder schreef ik dat ik wel eens in een café wilde schrijven, gewoon, om te proberen. Vandaag was het zover. Om half tien had ik een afspraak, en toen die even voor half 11 was afgelopen, fietste ik richting het centrum. Ik reed in een prachtig herfstzonnetje, maar wel met ijskoude handen, parkeerde mijn fiets en liep naar Inspire Coffee Company.

Waarom naar Inspire? Allereerst omdat je er heerlijk kunt zitten. Op de bank, aan een grote tafel, of een eigen tafeltje, in een hoekje of aan het raam, er is keuze genoeg. Beneden is niet zo gek veel plaats, maar boven is het lekker ruim. En bovendien is het licht en fijn.

Pluspunt: het personeel is vriendelijk. Ook is het geen probleem om er op je laptop te werken, even een belletje te plegen, te netwerken, te schrijven of te lezen.

Kortom: voor mij ideaal.

Ik besloot dat ik mezelf wel eens mocht verwennen en ik bestelde een koffie en een brownie. Al vrij snel kreeg ik een kop koffie, een glaasje water, een lange vinger én mijn brownie. En kijk eens wat een pláátje dat was! Het enige wat ik niet zo lekker vond was de laag glazuur die er op zat. Die was me net iets te zoet waardoor de chocoladesmaak een beetje naar de achtergrond verdween. Maar verder was ‘ie smeuïg, met alleen maar foute, slechte en ongezonde ingrediënten: precies zoals het hoort bij een brownie.

Terwijl ik genoot, schreef ik zo’n 7 bladzijden vol. Om me heen klonk geroezemoes, glazen en bordjes rinkelden en rammelden, en af en toe kwam ik even boven water. Om vervolgens, na een hapje brownie, weer weg te zakken in mijn schrijfsels.

Hier ga ik zeker vaker schrijven. Ik heb alvast maar bedacht dat ik alleen maar iets lekkers bij de koffie mag bestellen, als ik op de fiets ben. Anders groei ik vast dicht. Hoera, wat zal ik de komende tijd veel gaan fietsen (en schrijven!)