Tagarchief: kinderboeken

Gehaktbal

Standaard

Vloeken in kinderboeken. Ook dit jaar heeft de Bond tegen Vloeken er weer onderzoek naar gedaan. 22 boeken werden onderworpen aan een vloekzoektocht en de organisatie is geschrokken: in een kwart van de kinderboeken wordt gevloekt. Dat wil zeggen, in een kwart van die 22 onderzochte boeken. Het gaat om door CPNB genomineerde en bekroonde boeken.

Vloeken is natuurlijk geen fraai voorbeeld naar onze kinderen toe en daarom zou er in kinderboeken niet gevloekt moeten worden. Ongetwijfeld zijn er argumenten te bedenken waarom er juist wel of niet gevloekt moet worden. Zelf vloek ik wel eens (nee, ik ben geen heilige), al heb ik wel een enorme hekel aan ‘kanker’gevloek.

Nu ga ik geen opsomming geven van de vloeken die ik wel eens laat horen, want dat wordt vast geen fraai rijtje. In mijn teksten probeer ik niet al te vaak en niet al te grof te vloeken. Het moet functioneel zijn en niet gebruikt worden om de popiejopie uit te hangen.

Nee, dan Het Nieuwe Vloeken. Omdat vloeken de laatste jaren ruwer en grover zijn geworden, hebben ze een flinke lijst met oubollige scheldwoorden gemaakt. En deksels jong klinkt inderdaad milder dan de hedendaagse varianten. Wie podverdriedubbeltjes roept, is vast opgeluchter dan iemand die ‘echt’ vloekt. Wel vraag ik me af of ik in een boze bui schobbedebonk zonder lachen zou kunnen uitroepen. Of snoeshaan.

Maar verdikkie! Toen ik de lijst goed bekeek, zag ik dat één van mijn favoriete scheldwoorden ontbrak. Mijn paardrijinstructeur maakte ons vroeger namelijk steevast uit voor gehaktbal als we iets verkeerd deden. Gelukkig kun je scheldwoorden inzenden om aan de lijst toe te voegen. Dat heb ik gauw gedaan. Want soms moet je je ei even kwijt zonder al te grof of kwetsend uit de hoek te komen. En gehaktbal, dat vloekt zo verdomd lekker.

Advertenties

Raar… maar waar!

Standaard

De Kinderboekenweek is begonnen. En dat is helemaal niet raar, maar wel waar! Thema van de Kinderboekenweek is (dat moge duidelijk zijn): Raar maar waar.

Wist je bijvoorbeeld dat kippen rustig worden van televisie kijken? Ik wist dat niet. Ik heb wel kippen gehad, alleen hadden die geen tv in hun nachthok (te veel beeldschermuren leek me niet goed voor ze). En ik heb ze eerlijk gezegd nooit mee naar binnen genomen om samen eens gezellig Chicken Run te kijken. Ik weet ook niet of dat een heel geschikte kippenfilm zou zijn. Maar of ze er verdrietig van zouden worden, zouden we waarschijnlijk niet kunnen achterhalen. Want mensen zijn de enige dieren die huilen, raar, maar waar!

Als ik dan toch een huisdier zou mogen kiezen, vraag ik me af of ik dan écht uit alle dieren zou mogen kiezen. Dat je een hond, kat of konijn mag houden, is wel duidelijk. En of je nu een ordinair hertje in de tuin hebt staan of een wat meer exotisch exemplaar, daar valt ook best wel uit te komen. Maar! Hoe raar! Wist je dat je een walvis als huisdier mag houden? Lijkt me niet echt een aanrader voor de meeste mensen. Aangezien de meeste goudvissen al in een veel te klein kommetje moeten leven, is een walvissenkom niet realistisch. Maar het mág dus wel.

Een schildpad dan? Lijkt mij een beetje saai. Oké, eerlijk is eerlijk, ik ben geen hardcore schildpaddenfan. Ik vind het mooie beestjes hoor, maar ze zijn me iets te traag. Ze schijnen duur te zijn, ze hebben een speciale verzorging nodig en voor je het weet heb je per ongeluk een illegaal exemplaar in huis. En ze worden met gemak even oud als een mens. Ik hoor hondeneigenaren wel eens zeggen “Gelukkig is hij al 9, nog maar even te gaan dus.”  Tja, dan mag je nog wel wat geduld kweken met een schildpad. De laatste reden om geen schildpad aan te schaffen: ze kunnen ademhalen via hun kont. Echt.

Een olifant dan maar? Hm, zitten we weer met het ruimtegebrek. En stel je voor, je hebt een aardige tuin, waar ga je dan iedere dag naartoe met 25 (!) kilo olifantenpoep? Zal best goed zijn voor de moestuin, maar 25 kilo stront is wat veel. Eerlijk gezegd heb ik geen idee of die beesten zindelijk te krijgen zijn. Ik vermoed van niet.

Nee, doe dan maar een beer. Een beer is goed zindelijk. Wist je dat ‘ie 6 maanden zijn plas op kan houden? Jammer genoeg is het sinds dit jaar verboden om een bruine beer als huisdier te houden in Nederland. Een ijsbeer dan? Mag ook al niet. Daarbij zijn alle ijsberen linkshandig, dus het is misschien maar goed ook om er geen in huis te halen. Een linkshandige ijsbeer, stel je voor!

Laten we dus maar niet te ingewikkeld doen en gewoon een hond nemen. Hoewel… in Korea hebben ze glow-in-the-darkhonden. Best handig als je ’s avonds in het donker over straat moet. Maar wel een beetje raar. En waar.

Nee, voorlopig houden we het maar gewoon bij onze kat. (Voorlopig dan hè, want we zijn in afwachting van de komst van een pup. Echt waar.)

 

Boektober

Standaard

boektober“Heb jij zin om meer te lezen, maar kom je er niet aan toe? Of zou je graag lekker in de leesflow willen komen?” Dit las ik op de site van Dagmar Valerie en ik was meteen wakker toen ik dat las. Ik ben namelijk wel lekker fanatiek aan het schrijven, maar ik vind dat ik echt te weinig lees. Dat wil zeggen – ik lees best veel hoor; ik lees voor, ik lees de krant, vakbladen, vakliteratuur, studieboeken, blogs – maar aan boeken kom ik te weinig toe.

Ik besloot dus mee te doen aan de boekleeschallenge, al heb ik vooraf niet bedacht hoeveel boeken ik precies wil gaan lezen. Of het slim is om een aantal te bedenken, weet ik niet. Ik ken mezelf wel een beetje: als ik eenmaal lees, verslind ik een boek. Maar als mijn uitdaging zou zijn “Lees in oktober 25 boeken”, dan ben ik bang dat ik afhaak.

Hoe dan ook, ik ben vorige week meteen naar de bibliotheek gegaan en heb snel wat kinderboeken uit de kast getrokken. Ik bedacht me dat ik volgende week wel weer een nieuwe stapel kan halen. Mijn vlugge keuze viel op de volgende boeken:

De fantastische meneer Vos (Roald Dahl)

Het Maanpaard (Federica de Cesco)

Kinderen van Moeder Aarde (Thea Beckman)

Het mooie is: ik heb de eerste twee boeken al uit. Twee boeken in de eerste vier dagen van oktober, dat is best een mooie score. Nummer drie is wat dikker dus dat boek zal ik niet in een avond uitlezen. Hoe dan ook, ik lees lekker door en ik zal eind oktober laten weten hoe ver ik ben gekomen en welke boeken ik nog meer heb gelezen!

Beste boek

Standaard

Als ik met mensen over boeken spreek, vragen ze me vaak naar dezelfde dingen.

“Wat is het beste boek dat je ooit gelezen hebt?” vragen ze wel eens. Dat is nogal een moeilijke vraag, want hoe verhoudt bijvoorbeeld een kinderboek zich ten opzichte van literatuur voor volwassenen? En wat je in een bepaalde fase van je leven fantastisch vindt, kan 10 jaar later stukken minder indruk maken. Voor iedere periode is wel een boek. En bij mijn leestips kun je zien welke boeken ik erg mooi, leuk of ontroerend vind.

“Welk boek zou iedereen moeten lezen?”. Die vraag is veel makkelijker te beantwoorden. Natuurlijk zou ik kunnen antwoorden dat iedereen massaal Mulisch, Shakespeare en García Marquez in huis zou moeten halen. Maar om eerlijk te zijn: ik denk dat het veel belangrijker is dat iemand plezier heeft in lezen, dan dat hij tegen heug en meug allerlei literaire pillen probeert weg te werken. Ik kan me nog goed herinneren dat ik na de jeugdliteratuur over moest stappen op de verplichte literatuur voor mijn boekenlijst. De eisen voor Nederlands waren vrij streng: 20 boeken moesten we lezen en die moesten allemaal worden goedgekeurd. De eisen voor Engels waren veel minder streng (als het maar Engels was). Met als gevolg dat ik nog heel goed weet dat ik mijn mondeling Engels 90 procent van de tijd heb mogen praten over The secret history van Donna Tartt en dat de docente het prachtig vond dat ik er zo enthousiast over kon praten.

Welke boeken ik voor Nederlands las, weet ik niet meer. Ik weet alleen nog dat ik het verplichte lezen en samenvatten zo beu was, dat ik nadien een tijdlang alleen maar kinderboeken heb gelezen om af te kicken van de – in mijn beleving toentertijd – ‘saaie’ literatuur.

Hoewel ik literatuur later enorm ben gaan waarderen, geniet ik nog steeds met volle teugen van kinderboeken. Stel je voor, dat je een boek van Guus Kuijer leest dat begint met “De ouders van Mieke zijn toevallig allang dood. Daar heeft ze dus geen zorg meer over. Ze wonen in een kist in de achtertuin.”. Kan je lachen!

Houd plezier in het lezen en blijf vooral lezen, wat dan ook. Je zult merken dat kinderboeken soms zo kinderlijk niet zijn, en literatuur soms zo moeilijk niet is.

 

 

Voorlezen

Standaard

Voorlezen aan je kind is de basis voor de liefde voor boeken.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik hoogzwanger was – zelfs al voorbij de uitgerekende datum. Het was benauwend warm en ik was er een beetje klaar mee. Daarom ging ik even langs bij een vriendin die een half jaar eerder moeder was geworden. Dochterlief was gebadderd, had gedronken en nu, zei mijn vriendin trots, gaan we nog even lekker voorlezen. Dat verbaasde me – ik wist helemaal niet dat je een baby van 6 maanden al kon voorlezen! Even later zaten ze samen op het grote bed, en het kleine meisje keek gebiologeerd naar de kleurige prenten van Rupsje Nooitgenoeg (Eric Carle).

Niet veel later was ik zelf moeder en ik kon niet wachten tot ik het eerste boekje kon gaan voorlezen! Vol trots zat ik na een paar maanden klaar met een prachtig prentenboek. Dochterlief wilde het eerst even proeven. Daarna probeerde ze het vast te pakken en ten slotte gooide ze het door de kamer. Enigszins teleurgesteld vroeg ik me af of ik toch iets te vroeg was begonnen.

Gelukkig kwam het een tijdje later meer dan goed. De afgelopen jaren is er maar heel zelden niet voorgelezen. Nog even, en ze gaat zelf lezen. Maar ik hoop dat ik ook nog heel lang lekker mag voorlezen, want ik geniet er echt met volle teugen van!

Op het lijstje

Standaard

Iedereen die graag leest, heeft wel zo’n lijstje: “…dát boek wil ik echt nog eens lezen!”

Als kind wilde ik dolgraag ‘Ronja de Roversdochter’ van Astrid Lindgren lezen. Het leek me een stoer boek en ik was Pippi Langkous inmiddels ontgroeid (hoewel? Kun je die ontgroeien?). Op de een of andere manier is het er nooit van gekomen om Ronja te leren kennen. Als ik boeken kreeg (en ik kreeg best vaak een boek) dan was het toevallig net een ander boek, en bij de bibliotheek was het een paar keer uitgeleend. Hoe dan ook, op een gegeven moment vond ik mezelf te oud om het nog te lezen en zo bungelde het ergens onderaan het lijstje van nog te lezen boeken.

Natuurlijk is het onzin om jezelf te oud te vinden voor een boek. Kijk maar hoe hele volksstammen, jong of oud, de boeken over Harry Potter hebben verslonden. En dus ging ik afgelopen week in de bieb linea recta naar de kinderboekenafdeling. Er stond een exemplaar en eenmaal thuis vrát ik het zowat op! En dat ging snel want het boek telt 200 pagina’s.

Het verhaal gaat over een vete tussen twee roverbendes. Roverhoofdmannen Mattis (de vader van Ronja) en Borka (de vader van Birk) gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Als Ronja geboren wordt, splijt de burcht van Mattis tijdens een verschrikkelijk onweer in tweeën. Ze blijven gewoon in één gedeelte wonen, maar later betrekt Borka met zijn rovers stiekem het andere gedeelte. Ronja en Birk kunnen wel goed met elkaar opschieten. Zelfs zo goed, dat ze elkaar broer en zus noemen. Maar ze moeten hun vriendschap natuurlijk geheim houden. Wanneer dat niet lukt, gaan ze samen in een grot in het bos wonen. Lukt het hen uiteindelijk om hun vaders te laten verbroederen?

Astrid Lindgren schetst een prachtige, levendige sfeer en het bos waar Ronja vaak te vinden is, is een schitterend decor. Het bos komt echt tot leven met bruisende watervallen, de dieren en de beschrijving van de seizoenen. Het is een verhaal over vrienden en vijanden, over verschillen en overeenkomsten. Dat wordt met subtiele humor neergezet:
Mattis: “… Het is jammer dat jij zo’n botterik van een vader hebt, anders zouden we er misschien nog eens over na kunnen denken.”
“Je bent zelf een botterik,”
zei Birk vriendelijk en Mattis lachte vol waardering.

Het is leuk om met de ogen van nu een boek van zo’n 35 jaar oud te lezen. Waar je in de Harry Potter-reeks een complete fantasywereld betreedt, is de wereld van Ronja de Roversdochter wat overzichtelijker. Aardmannen, onderaardsen, trollen, vogelheksen en moenen, dan hebben we het wel gehad met de fantasiewezens.

Toch stoort het in zijn geheel niet dat het niet dikker is aangezet. Waarschijnlijk komt dat door de prachtzinnen van Astrid Lindgren, zoals deze: “Ronja lag lang wakker en ze haatte haar vader zo, dat ze haar hart in haar borst voelde krimpen. Maar het is moeilijk iemand te haten die je je leven lang zo lief hebt gehad.”

(En wat jammer toch, dat ik het boek niet eerder las!)