Tagarchief: verhaal

Kweeperenverhaal

Standaard

Schrijven is net koken. Je neemt de ingrediënten, je bereidt je even voor en dan begint het werk.

Je begint bij de basis: je kiest een onderwerp. Het plukken en wassen van de vruchten. Dan het grove werk – het verhaal op papier zetten. Het snijden. De vruchten zijn hard, dus je neemt een groot mes en een dikke, houten snijplank. Dan komt de zwaarste klus: het schillen. Zinnen schrappen, woorden weglaten. Het is lastig om de stugge schil er fatsoenlijk af te krijgen, laat staan om de klokhuizen eruit te krijgen zonder teveel vrucht te verspillen. Dan kan het raspen beginnen, gewoon in de keukenmachine. Zijn de personages voldoende uitgewerkt? Beetje citroensap erover sprenkelen. Dan met een laag water aan de kook brengen. Wat wil de hoofdpersoon? Als het kookt een kilo suiker erbij. Liefde, er moet liefde in. Niet vergeten te roeren. Die alinea kan beter naar boven. Vuur lager. Laten indikken, maar pas op, niet laten aanbranden. 30 tot 60 minuten op laag vuur, tot het dik genoeg is. Even laten rusten, maar niet vergeten. Even proeven. Laatste check.

De jam is goed en kan in de schone, met soda uitgewassen potten. Het verhaal is goed en kan naar de uitgever. De jam is stevig en heeft het overduidelijke zoete parfum van de kweepeer.

Wat is het heerlijk om soms even het schrijven het schrijven te laten en in dit geval kweeperenjam te maken. Maar denk nu niet dat het een makkelijker is dan het ander. Want tenslotte kan jam aanbranden, een verhaal niet.

 

Advertenties

Een verhaal ordenen

Standaard

Toegegeven: ik ben vreselijk creatief. O, en niet zo heel erg netjes. Wel beleefd hoor (soms iets te) en braaf (ook iets te) maar opgeruimd? Echt niet! Ik vind het wel fijn om te ordenen en te ruimen, maar als de stapels te hoog worden, zakt de moed me in de schoenen. En als ik dan zo naar mijn schoenen tuur, heb ik eerder de neiging om naar de stad te gaan om nieuwe schoenen te kopen dan om op te ruimen. Maar ik dwaal af.

Als je een verhaal schrijft, zijn er verschillende manieren om dat aan te pakken. Sommige schrijvers pakken gewoon pen en papier/typemachine/computer/laptop, en beginnen. (Ja, echt waar, er zijn er nog maar weinig die met een ganzenveer schrijven.) Maar wat knap zeg, als je het hele verhaal al in je hoofd hebt en je – hopsakee – begint. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het allemaal maar vanzelf gaat.

Er zijn ook schrijvers die liever het verhaal eerst een beetje ordenen. Ik vind het altijd fijn om eerst een mindmap te maken zodat ik lekker kan schrijven, strepen, pijltjes kan maken enzovoorts. Soms schrijf ik er een zinnetje bij, ik associeer een beetje en na een kwartier staat er een allereerste beginnetje op het grote witte vel papier. Dan draai ik dat vel om en schrijf in een stuk of negen, tien blokjes welke grote gebeurtenissen er allemaal in het verhaal gaan plaatsvinden. Soms krabbel ik er kleine tekeningetjes bij.

Als ik er dan nog steeds een verhaal in zie (want soms belandt zo’n vel zonder pardon in de papierbak), ga ik schrijven (op de computer). Dat is vaak echt even broeden op de eerste zin. Staat die er eenmaal, dan schrijf ik een paar alinea’s. Daarna lees ik dat en meestal denk ik: hm, aardig idee, maar wat vréselijk opgeschreven! En dus mag de Delete-knop zijn werk doen. Na enig gemopper begin ik dan echt.

Ik rammel zinnen, alinea’s, ik verbeter, corrigeer, tik weer door. Vaak ben ik na een poosje alsnog de draad kwijt. Het helpt me dan om opnieuw een mindmap te maken, een schema of een tijdlijn. Want aan creativiteit geen gebrek. Maar een beetje orde op zijn tijd kan het verhaal alleen maar beter maken.